Kyokushin-Delft

Nov
17

Open training en Gasttraining

Op Donderdag 24 november is er speciaal voor Sports-Art leden een “open” kyokushin karate training. Iedereen die sport bij Sports-Art mag deze training bijwonen!! Vindt je het leuk? dan kun je na afloop gebruik maken van een gecombineerd aantrekkelijk abonnement fitness en karate.

Op 15 december krijgen we een 40 tal voetballers binnen van vv Honselersdijk die in de wintersop toch wat aan hun conditie willen doen. We gaan een  zg Kyokushin Tabata doen… pittig maar heerlijk!! Prepare!!!!img_4338 14231334_10155125182507004_6587032023293747819_o 14241631_10155125174472004_575313745712687293_o

Sep
24

Verslag Zomerkamp (J.Wouters)

Oostvoorne. Een barak. Een bos. Donkere wolken trekken samen. We zijn op de nieuwe locatie van het NKF Karatekamp  2016. De eerste auto’s komen aan, het is vrijdagavond 3 september.

Nadat iedereen zich heeft gemeld heet Shihan Ruud Muller iedereen welkom. Na de huishoudelijk mededelingen krijgt iedereen een lichte avondmaaltijd voorgeschoteld. Voeding die keihard is gezien het programma van het aankomende weekend.

Dan volgt een bijzondere happening: Sensei Cor Mol wordt naar voren geroepen en wordt bevorderd tot 4e Dan! Onder luid applaus neemt Sensei Cor zijn welverdiende certificaat in ontvangst van de Shihan Ruud Muller.

Het gaat beginnen! Om 2000u staat iedereen buiten aangetreden en begint de eerste training onder leiding van Sensei Sammy Lee die een pittige warming-up gaf waarna Shihan Muller de kihonoefeningen in snel tempo liet afwisselen.

Na een uur zit de training erop en terwijl de rest rust heeft leggen de examenkandidaten hun eerste examenonderdeel af; een uur non-stop hardlopen.

De volgende personen mochten op dit kamp examen doen:

Rene Ginder voor 3e dan,

Ricardo Araujo voor 1e dan,

Takuma Terada voor 1e dan, 

Barry Mulder voor 1e kyu,

Ivan Abdoellakhan voor 1e kyu, 

Peter Tas voor 1e kyu, 

Rama Sweys voor 1e kyu.

Op zaterdag 4 september begon de ochtend vroeg. Rond 0100u, midden in de nacht dus, werden de deelnemers bruut gewekt en rond het kampvuur werd een stevige kihon en katales gegeven.

Na wederom een korte rustperiode ving de dag aan met een warming up, kihon en ochtendgymnastiek met rekken en strekken door Sensei Sammy Lee.

Na het ontbijt en in het stralende zon is op het strand per kyugraad een nieuwe kata aangeleerd door de overige Senpai’s. Na een demonstratie per groep van de aangeleerde kata volgde een spel waarbij de winnaar een extra kroket bij de lunch kon verdienen. Het water zag er zo lekker uit dat daarna de training werd afgemaakt in de vloedlijn. Opdrukken en de renzuku waza training volgde elkaar in rap tempo op waarbij de Shihan als eerste in het water lag.

s’ Middags heeft Sensei Sammy Lee een pittige training gegeven waarbij de Jiyu Ippon kumites op stootzakken werden uitgevoerd en in de avond kregen de deelnemers een mooie veelzijdige Bo-training door zorg van Senpai Erik Gijsbertsen.

Terwijl de Bo-training plaatsvond legden de examenkandidaten in een andere zaal hun zenuwslopende examen af in Kihon, Kata en Tamashiwari onder het toeziend oog van de examencommissie: Shihan Muller, Shihan van de Werf, Sensei Cor en Sensei Sammy Lee.

Ook dit onderdeel werd met zeer goed gevolg afgesloten en gaf de commissieleden kippenvel.

De zondag begon met de gebruikelijke ochtendsport en het ontbijt. Sensei Cor gaf een slopende tabata workout waarbij iedereen zich flink in het zweet heeft gewerkt. Na de lunch en het opruimen van de barak was het tijd voor de grote finale en tevens het laatste onderdeel voor de examenkandidaten: De Kumite!

Van de NKF Dojo Kyokushin Delft sluiten; Jordy, Nick, Maurizio, Andre en Simeon ook bij dit onderdeel hun kyu examen af.

Familieleden waren afgereisd om dit klapstuk van de tribune te aanschouwen en er werden 40 partijen gevochten waarbij de examenkandidaten alles uit de kast moesten trekken om de felbegeerde graad te verdienen! Na een uur zat het erop. Moe, beurs, blauw en voldaan werden de certificaten uitgereikt, de Shihan werd  bedankt met een mooi cadeau en daarmee kwam het kamp ten einde. 60 deelnemers, 14 uur trainen, een goede sfeer, een mooie locatie, 1 Sensei 4e Dan, 1 Sensei 3e Dan, 2 1e Dannen, 4 1e Kyu’s, 5 andere kyu-graden en een grote groep beter getrainde karateka’s was het resultaat van het NKF Karatekamp  2016. Op naar volgend jaar! Osu!  

14258168_10155128728152004_5124902617062277943_o 14257501_10155128725892004_1902741108959236370_o 14249886_10155128727002004_4960288898601306878_o 14242500_10155128719502004_5691580738100553729_o 14207675_10155128728692004_3089405672868787625_o 14206020_10155128729097004_2735057395898647573_o 14196142_1761414680767461_6918039697348165302_o 14195945_10155128727577004_7606646130571800859_o

Jul
09

Weerzien met “oude” vriend.

Op vrijdag 8 juli heeft Sensei Cor Mol een bezoek gebracht aan het zomerkamp van IBK in Hongarije, daar was een weerzien na 6 jaar met Sensei Andrea Stoppa die hij voor het eerst ontmoette in 2010 in het winterkamp in Kroatie.IMG_3560Uiteraard hebben we ook met de anderen even wat leuke momenten gehad!IMG_3564

Jul
05

Examens bij Kyokukushin-Delft

Een aantal leden van Kyokushin-Delft zijn klaar voor het examen. Eenmaal per jaar wordt er gekeken of er leerlingen zijn die voldoen aan de exameneisen die wij volgens het Kihonboek hanteren.

Het examen is opgedeeld in 2 stukken: 1e gedeelte technisch, waarbij de kihon, en kata aan bod komen , dit jaar op 21 Juli, het examen wordt beoordeeld door een aantal Dangraadhouders van een andere dojo die aangesloten zijn bij het NKF.

Vanaf 8e kyu ( blauw) is het verplicht om mee te gaan naar het jaarlijkse na zomerkamp. Van vrijdagavond tot zondagmiddag in Oostvoorne (Zeeland) Altijd als afsluiting is er de kumite, dat is het laatste onderdeel van het examen. Dit jaar was doha de eerste die examen heeft gedaan voor 1oe Kyu. 13528197_1734924276749835_6781553613611667937_o

Na het kamp is er de beloning in de vorm van onze   traditionele Japanse “training” waarbij geen enkele examenkandidaat mag ontbreken !!!

Jun
29

NFCKO

Het NFCKO ( Nederlandse Full Contact Karate Organisatie) is opgericht met ald doel te komen tot 1 Nederlands Kampioenschap. 21 mei jl waren er in samenwerking met Fit Expo de eerste wedstrijden voor de Senioren, een dag later waren de junioren aan de beurt. Fantastische wedstrijden zeer hoog niveau. Binnenkort op de eigen website van het NFCKO meer nieuws.

uitslagen Senioren:

Dames – 65 kg.

1. Stephanie v/d Rijt Budokai Tilburg – So Kyokushin

2. Sandra van Ham Sportschool Ying Yang – NKKO
3. Mercedes Spoor Renshu Dojo – AJKU

Dames + 65 kg.

1. Chelsea Kerklaan Nintai Dojo – NKA-IFK

2. Joyce Huisken Sportschool Thomas – NKKO

3. Silvia den Ridder Bushido Dojo – NKA-IFK

Heren – 75 kg.

1. Davey Brand Budokai Vleesenbeek – NKKO

2. Leroy Verschuren Bushido Dojo – NKA-IFK

3. Joey Spoor Renshu Dojo – AJKU

3. Wesley Jansen Hokori Meiyo – So Kyokushin

Heren – 85 kg.

1. Tim Haverkamp Shinkyokushin Zutphen – NSKO

2. Kelvin Tienstra Bushido Dojo – NKA-IFK

3. Stef Blankers Musashi Dojo – NSKO

3. Mitchel de Bont Musashi Dojo – NSKO

Heren – 95 kg.

1. Roel Noordman Nintai Dojo – NKA-IFK

2. Jan van Beek Noritsu Dojo – NKA-IFK

3. Koen Brink Sportschool Mas Oyama – NKKO

Heren + 95 kg.

1. Marc de Roodt Sportschool Kihon – AIKO

2. Sammy-lee Muller Ruud Muller Dojo – NKF

3. Michel Meuldijk Sportclub Sushiho – NKA-IFK

Spirit prijs: Joey Spoor Renshu Dojo – AJKU

Stijl prijs: Erica Ly Tamashi Dojo – NKKO12552975_1014020218663443_5994164409738530480_n 13220741_10208960494908160_2904914489759618516_o 13263744_1796384297262117_529668305132182675_n

Jun
14

Nachttraining 2016

Ook dit jaar stond de 19e editie van de nachttraining weer gepland, en natuurlijk waren wij erbij!13442635_1727557117486551_1245202159906024670_o

Apr
07

Kyokushin-Delft Actiemaand!!!!!

Welkom bij Kyokushin-Delft

De enige echte Kyokushin sportschool van Delft o.l.v. sensei Cor Mol

Bij Dojo Kyokushin Delft, onderdeel van Nederlandse Kyokushin Federatie, wordt de hardste vorm van Kyokushin karate beoefend.

Sensei Cor Mol , sinds 1987 in Delft onder auspicien van Senpai Al Gordeau  met een eigen dojo  Kamakura-Delft aan de Colijnlaan te Delft,  was de eerste Kyokushin leraar van Delft.

Wil je het een keer proberen en ervaren aarzel niet en kom langs….en beleef het…….. Iedereen vanaf 12  jaar is welkom! In April is er een actie, bel even en vraag naar de aantrekkelijke actie 06-53211194.

 

 

Mrt
30

Kyokushin Opgetekend door Kancho Gerard Gordeau op zijn 60e verjaardag.

Eerst dit

Wie jarig is, tracteert. Dat is een oer-Hollandse gewoonte die ik in ere hou. Op 30 maart vier ik voor de zestigste keer mijn verjaardag. Deze keer geef ik iets anders weg dan taart.

Mijn sport is karate. Kyokushin, de hardste stijl ter wereld. In deze martial arts sport zit het Japanse erfgoed. Dat is

budo. Iedereen weet dat het belangrijk is, maar wie kan uitleggen wat het is? Hou die vraag even vast. Neem je de vechtsport serieus, dan moet je alles zelf onderzoeken. Dat heb ik gedaan.

Ik kijk terug op een vechtsportcarrière waarin ik alles heb gedaan waar ik zin in had. Savate, tot aan de wereldtitel toe. De allereerste UFC, waar ik tegenover Telia Tuli het toernooi opende en in de finale stond. Mooie sporten als boksen, kickboksen en worstelen. Pro-wrestling onder meer in Japan, en ontelbare karatewedstrijden over de hele wereld. Martial arts heeft me veel gebracht. Geef ik iets terug? Dat dacht ik wel.

Met anderen heb ik de International Budokai opgericht. De IBK moet ervoor gaan zorgen dat er eindelijk eenheid komt tussen al die karate-koninkrijkjes. Dat is internationaal. Honbu Kamakura is dat ook: we hebben in verschillende landen zelfstandige dojo’s die met ons verbonden zijn. Ze werken in onze geest. Met budo. Beter gezegd: met ultimate budo.

Budo moet in je zitten. Je kunt hopen dat er iets in je wakker wordt dat er gevoelig voor is. Dat kan vervolgens gaan groeien. Maar alleen in de juiste omgeving. Een plantje

heeft zon nodig om te kunnen groeien. Ga naar een goede sportschool en blijf gaan. Blijf nadenken. Lees eens wat, in plaats van alleen naar YouTube te kijken.

Op dit boek tracteer ik ter ere van mijn verjaardag. Je vindt hierin tien regels voor ultimate budo. Het is geen kunstje dat je jezelf moet aanleren. Noem het een levensstijl. Je leeft ernaar, ook als je leraar even de andere kant opkijkt. Met ultimate budo begint en eindigt elke sport uit de martial arts. Zonder budo is er geen martial arts. Vind je het te moeilijk? Maak er geen probleem van. Dan ga je gewoon lekker op zwemles.

Gerard Gordeau
Honbu Kamakura -Den Haag
10e dan honorary Jiu Jitsu
9e dan Kyokushin Karate
7e dan Sei Budokai Karate
4e dan Oyama Karate wereldkampioen Savate 1991 president International Budokai (IBK)

1 Eerbiedig de dojo

Niemand mag zonder groeten de dojo in of uit. Je hebt respect voor waar je traint. Dat toon je. Dus je groet aan als je binnenkomt. Je groet af, als je weg gaat. Met een osu. Elke keer. Al loop je honderd keer even de gang op. Als ik ’s morgens hier alleen train, dan loop ik naar binnen en naar buiten en dan is het elke keer: osu. Ook als er niemand is. Ik loop nooit zomaar de dojo uit. Dat hoort niet. Je groet, op de Japanse manier. Dat is een budogroet. Dus niet een karategroet of iets van Kamakura, maar het is budo. Als je ergens komt, zeg je toch ook goedendag?

De dojo wordt schoongemaakt door de laatste vijf in de rij van de training. Dan zit je op rang, dus de zwartebanders voorop. Achteraan zitten degenen die nog geen witte band hebben. Dus die zijn de klos met schoonmaken. Ik wil zien dat ze het dweilen serieus nemen, maar ik ga het niet controleren. Het gaat om het proces. Dat ze het doen, als onderdeel van hun vorming. Het is eerbied en een manier om dankbaarheid te tonen dat je mag trainen.

Voel je je daarvoor te goed? Dan pas je hier niet. Heb je er een hekel aan? Dan moet je harder trainen en vriendjes meenemen die minder ver zijn dan jij.

Ik heb het zelf ook gedaan. Dat was in Japan, in de dojo van Mas Oyama. En in andere dojo’s in Japan. Het hoort er gewoon bij. Tenzij je vindt dat je meer bent dan een

ander, of je hebt geen zin omdat je contributie betaalt. Dan pas je niet in het budo-plaatje. De dojo schoonmaken is vergelijkbaar met de verantwoordelijkheid die je hebt voor het schoonhouden van je pak en je lichaam. Ik wil witte karatepakken zien. Zonder vlekken. Schone nagels. Nette voeten. Dat hoort er allemaal bij.

Je kunt bij onze dojo intern worden. Als Uchi-desi heb je geen problemen aan je hoofd. Je hoeft zelf geen beslissingen te nemen, alleen te gehoorzamen. En niet negatief zijn, dus niet zeiken. Na die periode hoef je niet terug. Je mag ook levenslang hier blijven.

Ze komen uit alle hoeken van de wereld naar ons om Uchi-desi te worden. Intern. Doen wat je gezegd wordt, meetrainen. Zes weken is het minimum. Twee, drie jaar is het mooiste.

De meesten houden het niet vol. Ik heb hier jongens gehad, die zetten hun tas neer en na de eerste les was die tas weer weg. West-Europese jongens hebben we nauwelijks. Ze zijn te verwend. Die zijn twintig jaar en kunnen alleen hun iPad zelfstandig aanzetten. De navelstreng moet je bij de geboorte doorknippen; maar als zij hier komen, zitten ze daarmee nog steeds vast aan pappie en mammie. En dan komt er een kale gek zeggen dat ze de vloer moeten dweilen en de wc’s moeten schoonmaken. Zo’n jongen kan nog niet eens zijn eigen kamer opruimen. Dus dat is een leerproces.

Als de dojo een boek kon schrijven, zou daar heel wat instaan.

2 Zet je in

Talent is een handicap. In een dojo zie ik liever mensen zonder talent. Want heb je talent, dan kun je maar één ding goed. Daar hoef je niets voor te doen. Het gaat je gemakkelijk af. Dus dan ontwikkel je de mentaliteit van doorzetten niet. En die heb je nodig.

Wanneer je duizend keer iets over moet schrijven, denk je bij de duizendste keer eindelijk, ik snap het. Maar bezit je een fotografisch geheugen, denk je mèh wat kan het me schelen, ik heb toch een fotografisch geheugen. Zo is het ook met vechtsport. Ben je dankzij je talent kampioen geworden, dan staat dat je verdere ontwikkeling in de weg.

Zelf heb ik geen talent voor vechtsport. Nul. Ik heb alles moeten leren door herhalen, herhalen, herhalen. In savate heb ik Europese titels en de wereldtitel behaald, maar dacht je dat ik er talent voor had? Nee. Eind jaren 1980 zag ik een savate training bij Vos Gym in Amsterdam waar ik les gaf in karate. Ik was nieuwsgierig en wilde een keertje meedoen. De techniek oefenen – een chassé, en een chassé bas. Nou dat was… wat was dat nou voor iets raars? Ik trapte als een kickbokser. Als een karateman. Dat mag helemaal niet. Savate is anders. Strakker. En toch of misschien juist daardoor wist ik dat deze sport voor mijn ontwikkeling nuttig was. Dus ik wilde het leren en dat betekende: trainen. Elke dag zat ik bij Vos. Een jaar lang, anderhalf uur per keer. Ik vind het helemaal niet gemakkelijk om een andere sport te leren. In mijn hoofd kan ik het meteen, maar in de praktijk niet. Dus ik moet trainen en dat deed ik. En daarna won ik alles op een rij. Zonder enig talent.

Zo werkt het in elke vechtsport. Als je iemand zonder talent iets aanleert, blijft dat heel lang goed hangen. Je moet dan zó hard werken om iets onder de knie te krijgen, en je moet je zó enorm inzetten, geestelijk en lichamelijk, dat het de facetten worden die onder meer bepalen of je kampioen wordt.

Iemand zonder talent voor welke vechtsport dan ook, is ideaal voor MMA. Die heeft zo hard moeten werken om verschillende martial arts onder de knie te krijgen, dat er een goede basis is om die sporten te kunnen combineren. Als je dat zou willen, tenminste.

Waar het dus om gaat, is inzet. Je doet wat er in de dojo van je wordt gevraagd, zolang het wordt gevraagd en daarna doe je liefst nog een beetje meer. Dan pas leer je iets. Wat je kunt bereiken, is voor iedereen anders. De een haalt een wereldtitel, de ander wordt kampioen van de Beneluxtunnel. En een derde leert na tien jaar het verschil tussen links en rechts. Dat is ook vooruitgang, voor die persoon dan.

In het Oostblok zie ik optimale inzet. Ze bezitten een ouderwetse mentaliteit, maar niet de kennis van de sport. Ik geef er graag seminars. Mij hoef je niet te vragen waar de volgende generatie kampioenen vandaan gaat komen.

3 Respecteer de hiërarchie

Je kunt beter een goede witte band zijn dan een slechte zwarte. Als je een fout maakt en je hebt een witte band, dan maakt het minder uit. Je bent aan het leren en aan het ontwikkelen. Een zwarte band is je rijbewijs. Iedereen kijkt naar je. Ik ook. Je moet alles weten en onthouden. En je moet beseffen waar je vandaan bent gekomen en waar je nu staat. Zie ik een zwartebander die zijn kata’s niet bijhoudt, dan neem ik die band af. Tijdelijk of permanent. Natuurlijk kun je best een zwarte band dragen zonder dat je een idee van budo hebt. Er zijn genoeg malafide sportscholen waar je zo’n band kunt kopen. Als je er zin in hebt, moet je dat vooral doen. Het is het beste signaal dat je kunt geven dat je in de martial arts wereld niet thuis hoort.

De oude budo-sfeer van martial arts kun je hier en daar nog vinden in Hongarije. Iedereen zegt ‘osu’ op het juiste moment. Er is respect voor hogere graden. Ze begrijpen wat hiërarchie betekent: dat er altijd iemand is die verder is dan jij. En ook dat jij weer verder bent dan iemand anders. Hiërarchie heeft met verantwoordelijkheid te maken. Voor een ander en voor jezelf, voor waar je staat. Tijdens een IBK-zomerkamp had ik eens een klasje met de zwartebanders gedraaid, en toen stonden de kyu-graden nog een uur in de sporthal te wachten tot ze mochten afgroeten. Dat waren bijna allemaal Hongaren. Ze stonden er zowat een uur. Zonder te klagen.

Hiërarchie is meer dan een zwarte band en osu-zeggen. Het is ook de stem van ervaring. Hoe meer vechtsporten iemand beheerst of beheerst heeft, hoe veelzijdiger hij of zij is, en hoe dieper het begrip van de sport en van budo. Je hebt niets aan een generaal die maar drie bevelen kan geven.

Ik kom over de hele wereld om seminars te geven en jonge vechters te coachen bij hun wedstrijden. Engeland. Japan. Amerika. Rusland. Iran. Noem maar op. Overal zie ik mensen die het gevoel hebben gekregen dat ze iets of iemand zijn. Bobo’s van het ergste soort. Daardoor zien ze niet meer waar het werkelijk om gaat. Een spelletje leiden. Beslissingen nemen. Die mensen hebben heropvoeding nodig, zodat ze werkelijk scheidsrechter of jurylid kunnen zijn. Zoals het nu is, doen ze meer kwaad dan goed.

Ik noem ze slachtoffers van zichzelf. Daar heb ik geen respect voor. Ik weet uit andere seminars dat het ook goed kan:zoals in Hongarije en Italië. Bij de International Budokai (IBK) hebben we het scheidsrechterskorps Kyokushin Nederland opgericht. Daarmee gaan we internationaal werken. Er is dan geen ruimte meer voor gekken die een mooi pak willen dragen en met een vlaggetje gaan zwaaien. Als vechter of als coach moet je blindelings kunnen vertrouwen op een scheidsrechter of jurylid, omdat die persoon op dat moment het hoogste in de hiërarchie staat. Zonder dat je als coach de neiging hebt om verhaal te willen gaan halen. De regels moeten duidelijk zijn, de toepassing ervan ook.

4 Wees trouw

Je moet trouw zijn aan de traditie. Dat staat vast. Maar we leven niet meer in Japan in 1923. Je mag de traditie bijstellen, alleen doe je dat met gezond verstand en met het juiste gevoel. Bij martial arts mensen in Italië past weer iets anders dan bij martial arts mensen in Rusland. Voor Nederlanders gaat de oer-Japanse traditie van slaafse gehoorzaamheid veel te ver. Respect voor je leraar, dat hoort. Maar hoe een leraar in Japan een leerling mag behandelen, dat gaat me te ver. Die grens trek ik eerder. En toch ben ik dan trouw aan de traditie van het kyokushin karate, want daar kom ik vandaan.

Ik ben als jonge jongen begonnen bij Kokoro van Harry Couzijn. Hij had geen dojo. Alleen een gymzaal, waarin dan even tevoren nog basketballers waren geweest. Het huisreglement van Kamakura hebben we grotendeels van Kokoro overgenomen.

Couzijn was in zijn tijd een uitstekende leraar. Toen. De sport is veranderd. Sneller en technischer geworden. Wat een zwartebander

tegenwoordig doet op een toptoernooi, dat kon destijds niemand zich voorstellen. Met de kennis die hij toen had, kan niemand vandaag kampioen worden. Zoals ik nu ben, zou ik niet meer bij Couzijn kunnen trainen, als hij hetzelfde zou doen als toen. Dat komt omdat ik me heb ontwikkeld in de loop der tijd. Mede dankzij Couzijn en daarom noem ik hem altijd. Dat hoort, vind ik. Het is een vorm van trouw. Je mag nooit degene verloochenen die je heeft geholpen op jouw weg. Jij bent gegroeid als martial arts leerling dankzij die sensei, die dojo of die simpele gymzaal. Waar je dan ook ook vandaan komt. Dus dan is het je plicht die namen te blijven noemen als er een interview is of een blog of wat dan ook. Ik zie dat het vaak anders gaat. Een sporter gaat ergens anders trainen en heeft het dan alleen over de dojo waar hij traint. Net of er daarvoor niks bestond. Dat is niet trouw. Dat is verkeerd.

In 2015 ben ik bij de UFC reünie in Amerika geweest. Allemaal oude garde. Maar met budo of met sport heeft die club niks meer te maken. Wel met geld. Er was toen een plan om een soort vakbondje voor oud-vechters op te richten, zodat ze na hun carrière nog wat geld hadden. Een Aziatische meneer met een stropdas die heel goed Engels sprak zag het ook fhelemaal zitten. De UFC heeft er een stokje voor gestoken. Want zo’n vakbond zou tegen de UFC ingaan. Hoe het afliep? Vechters krijgen een bedrag per wedstrijd erbij.

Hoe ze de UFC hebben opgezet, is fantastisch. Het is alleen jammer dat het daar alléén om geld draait. Elke zin begint ermee. ‘Hoeveel verdien jij, ik heet Piet’. Of: ‘Ik heb vandaag weer zoveel verdiend, wil je koffie?’ Dan mis ik toch de sport, waar het mee begonnen is. Ik mis budo in de UFC.

5 Waardeer de overwinnaar

In 1993 stond ik in de finale van de UFC tegenover Royce Gracie. Een BJJ-man. Iedereen heeft daarvan inmiddels het filmpje wel gezien. Hij kende een nieuw kunstje, de wereld buiten Brazilië wist helemaal niet wat BJJ was. Ik evenmin. Het was een schande geweest als ik die finale had gewonnen. Een schande. Voor hem. Ook gezien de blessures die ik toen had; in mijn voet zat nog een tand van Teila Tuli uit de eerste wedstrijd. Was Gracie KO gegaan met een karatestoot op zijn kin, dan was het een ander verhaal geweest. Maar hij won met zijn BJJ. En ik dacht, zo dat is wat nieuws. Toen ben ik BJJ

gaan trainen om op de grond goed te worden. Je leert. Je moet de overwinnaar gebruiken om zelf sterker te worden.

Twintig jaar na die finale kwam Gracie hier bij ons op Kamakura. Toen hebben we het er nog eens over gehad. Hij begon weer over zijn oor, daar had ik in gebeten. Kun je nagaan hoe hoog dat nog steeds bij hem zit. Ik was het bijna vergeten tot hij er wat van zei. Hij was nog steeds boos. Dat vond ik grappig. Het reglement voor de eerste UFC was simpel: no rules. Je hoeft dus niet te vergaderen over de regels en de toepassing ervan. No rules betekent: geen regels.

Wat je zonder regels overhoudt, is een eenvoudige vorm van budo. Ik gaf iedereen een hand, voor en na de wedstrijd. Groeten. En ik wist door die aanraking meteen wat voor vlees ik in de kuip had.

Groeten hoort bij winnen en verliezen. Het moet. Het is normaal. Soms vergeet een vechter het door de emotie. Dan is hij of te blij of te teleurgesteld. Sta ik bij hem aan de ring, dan stuur ik hem terug. Ga een hand geven. Gewoon jezelf

gedragen, want dat is budo. Je geeft een hand, je zegt osu.

Als een vechter van ons een wedstrijd heeft gewonnen, vind ik dat leuk voor hem of haar. Verder heb ik er niks mee. Je moet proberen beter te worden, maakt niet uit of je verliest of

wint. Kampioen worden kan. Kampioen blijven is veel moeilijker. Dat muntje moet bij een vechter vallen. Vandaag ben je de beste, maar morgen staat er iemand die net wat beter is, of sneller of die iets kan waar jij nog nooit van hebt gehoord. Het lastige is, iemand die gewonnen heeft, wil niks leren. Die denkt dat hij er is.

Ik nam een keer met een jonge vechter mee naar een gala. Hij had leren luisteren en leren vechten. Toch verloor hij op punten. Hij voelde zich opgelicht en gooide zijn beker in de asbak. Dan ga ik niet zijn hand vasthouden en met hem zitten huilen. Ik vraag: “Wat heb je geleerd? Je hebt goed geluisterd en goed gevochten, maar die ander was veel beter. Die heeft meer punten gescoord want jij wilde alleen maar vechten.” Dat is niet leuk om te horen. De volgende keer doet hij het hopelijk anders. En anders moet hij nog een paar keer harder verliezen om het te leren.

6 Leer gehoorzamen

Op YouTube staat de partij tussen Yuki Nakai en mij. Vale Tudo Japan, 1995. Alleen het laatste deel, dus niet de hele wedstrijd. Wat er gebeurde is dit. Twintig minuten heeft die man aan mij gehangen. Zonder verder iets te doen. Daar werd ik moedeloos van. Ik zeg tegen de scheidsrechter dat we ofwel moeten stoppen ofwel echt moeten vechten. Ga staan, neem en geef, wees een man. Ik dacht, weet je wat, ik steek hem gewoon blind en dan is het

afgelopen. Klaar. Dan maar tegen de regels van het spelletje in. Alleen was het niet afgelopen. Want toen kwam dat oer-Japanse gevoel naar boven.

Het was niet mijn beste budomoment. Dat geef ik toe.

Yuki Nakai is de grootste grondvechter ooit. Een betere bestaat er niet. Zo goed, enorm. Alleen: in zijn spelletje. En daar ben ik niet goed in. Ik wilde gewoon

vechten. De handdoek in de ring gooien doe ik nooit. Ik geef niet op. Dat is het gemakkelijkste wat er is. Liever sterf ik. Maakt me niet uit hoe, maar ik sterf. Voor mij was dit dus de enige oplossing. Het was niet netjes en correct en beleefd en attent. En ook niet naar Yuki Nakai toe.

Half blind of niet, hij gaf niet op. Hij bleef doorgaan. Daarna maakte ik één foutje omdat ik niet genoeg geconcentreerd was, en hij neemt een heel hook en toen moest ik aftikken.

Gelukkig heeft hij me sportief afgemaakt in die heel hook. Gelukkig, anders had ik nou nóg niet gelopen. Had hij doorgetrokken dan was ik mijn leven lang invalide geweest. Toen kwam toch het sportieve in hem naar boven, want hij liet meteen los. Dan ben je een groot sportman. Dat is het mooie van de sport.

Daarna dacht ik: wat is dat grandioos van hem. Wat een man. Niet opgeven. Wachten op zijn kans. En dan meteen loslaten. Daar zit eergevoel in, voor zichzelf. Met dat ene oog blijven doorgaan. Als vechter vond ik het geen man, maar hoe hij het gedaan heeft, dat is mannelijk. Hij laat trouwens nog steeds de groeten aan mij doen. Vind ik ook groots. Daarmee onderscheid je je als budoman van de rest van de wereld.

Mijn stijl van lesgeven is autoritair.
Anders werkt het niet. Net als in het leger: daar heb je ook iemand die zegt wat er moet gebeuren. Maar daar zit je 24 uur per dag tussen mensen van jouw rang en dan is gehoorzamen normaal. Kom je een paar uurtjes per week naar een training, dan kan dat moeilijk zijn. Niet voor mij. Voor jou. Want je bent hier twee uurtjes soldaat en daarna niet meer. Als je niet tegen autoriteit kunt, dan ben je als leerling snel vertrokken en daarmee ben ik een soldaat kwijt. Hier moet je leren luisteren. Niet horen. Luisteren. En daaruit volgt het gehoorzamen vanzelf.

7 Eergevoel

Wanneer ik iemand moet vertellen wat eer is, vraag ik hem eerst om mij uit te leggen wat verliefdheid is. Hoe zich dat uit. Voor de een is dat een bosje bloemen meenemen, voor de ander samenwonen en voor weer een ander is het alleen een aai over je bol. Maar het is verliefdheid. Zo is het ook met eer. Het is voor iedereen iets anders, en toch weet je van binnen wat het is en wat niet.

Of je het kunt leren? Je kunt het ontwikkelen. Net zoals verliefdheid kan groeien, kan ook je eergevoel groeien.

Hier op Kamakura leg ik zoiets niet uit. Het is hier geen praatgroep. Je moet het voelen. Tijdens de trainingen. Bij de wedstrijden. En in de tijd ertussen. De een komt er op een rare manier achter. De ander op een gewone manier.

Het gaat om loyaliteit. Naar je trainer, naar de sportschool, naar waar je vandaan komt. Je moet waarheid. Aan leugenaars heb ik een bloedhekel. Daar ben ik meteen klaar mee. Gewoon eerlijk zijn. Eerlijk duurt het langst. Een zwarte band moet verdiend worden. Koop je die bij een derderangs sportschool, dan heb je jezelf gediskwalificeerd als vechtsporter. Die band is een leugen. Ik zie liever een wittebander die nooit verder komt maar wel zijn best doet, dan een zwartebander die zijn band te danken heeft aan een donatie. Die wittebander heeft eergevoel. Die weet wat waarheid is. De ander is een huurling.

Aan geld kun je het snelste zien of iemand eergevoel heeft. Geld kan van een mens een monster maken. Regel ik voor Peter Aerts een seminar, dan moet hij zelf gaan afrekenen. Dan ga ik niet achter zijn rug om nog even telefoneren om een paar procentjes in te pikken. Zulke dingen gebeuren, dat weet iedereen. Zelf wil ik ook niet zo behandeld worden. Je woord houden, dat heeft met eer te maken.

Bij ons zijn veel jongens die ervan dromen om in Japan te vechten. Het land waar het allemaal vandaan komt. Willen ze het echt, dan neem ik ze mee. Maar ik bereid ze wel voor op wat ze te wachten staat tijdens de wedstrijd. De scheidsrechters daar hebben een speciale opvatting van wat eerlijk is. Die laten hun eigen vechters winnen. Dat vinden ze budo. Wij niet. Ik heb daar een vechtsporter gezien die zo teleurgesteld was, dat hij op de mat zijn pak uittrok, erop spuugde en het in de prullenbak propte. Die man is verloren voor het karate. Zonde. Bloedzonde. Dat is Japan. Daar zien ze zoiets anders. Alleen als je daar rekening mee houdt, kun je in Japan een toptijd hebben.

Internet doet een ander beroep op je eergevoel. Wat doe jij als er iemand wat roept over de sportschool waar jij traint? Natuurlijk mag iedereen een mening hebben, daar ben ik voor. Alleen: ongefundeerd schelden is iets anders. Je moet binnen je vermogen beschermen wat voor jou belangrijk is. Wat je dierbaar is. Omdat zwijgen je eer te na is.

8 Ontwikkel je karakter

Ouders verpesten veel aan hun kinderen. Dat merken we als we ze in de sportschool krijgen. Ze zijn sociaal invalide gemaakt. Dan staat er bij de inschrijfbalie een jongetje van bijna veertien jaar naast zijn moeder. Zij betaalt de contributie. Ik neem hem apart en zeg: “Jij moet dat betalen. Je vraagt aan je moeder dat geld en jij betaalt.” Of het gebeurt dat een vader of moeder hier bezorgd komt praten. Dat Jantje gaat beven als hij naar de wc moet. Nou, daar merken we in de les niets van. Als hij naar de wc moet, steekt hij netjes zijn hand op. Met dat kind is niets aan de hand. Jantje doet hier gewoon mee. Dat kan, omdat wij hem vertrouwen geven. Zo ontwikkelt hij zich.

Dat werkt tot een bepaalde leeftijd. Zestien, zeventien jaar. De leeftijd van de hormonen en de verkering. Een jongen krijgt een vriendin die zeurt waarom hij weer gaat trainen. Van de tien vechtsporters vertrekken er om die reden 9,5. Dan gaan ze ergens sporten waar er minder eisen worden gesteld. Dat kan, er is in elke straat wel een of andere vechtsportschool te vinden. Wij bewaken onze kwaliteit.

Een goede leraar houdt je een spiegel voor. Daarin zie je wie en wat jij werkelijk bent. Niet iedereen kan ertegen. Alleen degenen die zich echt willen ontwikkelen. Die zien in de spiegel het materiaal waarmee ze moeten werken. Dat zijn ze zelf.

Je moet weten hoe je reageert in deze of die situatie. Pas als je dat weet, kun je eraan werken. Anders ben je overgeleverd aan domweg reageren. Dat moet je niet hebben als je de mat opgaat of in de ring stapt.

Je ontwikkelt je met de groep waarmee je traint en met je leraar. Wat ik precies doe, dat is het geheim van de smid.

Voor mij is iedereen gelijk. Of ik een meisje van zes jaar voor me heb of een K1-kampioen. Ik zeg waar het op staat, op een manier die duidelijk is. Vraagt de K1-man na een wedstrijd die hij gewonnen heeft, wat ik ervan vond, dan heb ik tien minuten nodig. YouTube aanzetten en dan wijs ik aan wat hij verkeerd deed. Daar moet hij aan werken, aan niets anders. Wat hij goed doet, hoef ik niet te vertellen.

Het is verder aan jou. Neem je het aan of niet? Doe je dat niet, ook goed. Je hoeft het niet te doen. Ik zeg het niet om te pesten. Ik zeg alleen hoe je goed kunt worden. En blijven.

Complimentjes en aandacht maken een vechtsporter lui. Hij denkt niet meer na. Hij weet alles al. Hij voelt zich een prinsesje en hij geniet van alle aanbidding. Zoiets kan een tijdje goed gaan. Dat hij langzaam achteruit gaat, merkt hij niet eens. Tot de dag komt, dat hij verliest. Het kan liggen aan zijn inzet, karakter, techniek of een combinatie ervan. Tachtig procent is karakter.

9 Blijf nederig

Iets nieuws leren is goed. Je moet nooit iets zomaar aan de kant schuiven of onderschatten. Onderzoek alles en hou alleen datgene vast waarmee je je kunt ontwikkelen. Een mens is nooit uitgeleerd. Maar niet alles zal evenveel waarde hebben voor jou. Je moet een sport zoeken die je ligt en waarmee je je kunt ontwikkelen. De rest is voor erbij. Ik ben voor duizend procent een karateman. De andere sporten deed ik erbij. Maar: met de juiste mentaliteit. Open. Nieuwsgierig. Je weet nooit wat je te wachten staat.

Toen ik voor de eerste keer Thomas zag, geloofde ik niet dat hij kon worstelen. Ze zeiden het. Ik dacht: die oude man? Hij zou me dat wel leren. Het was nog voor de UFC. Thomas – hij heeft geen achternaam – vroeg of ik er klaar voor was. Ik weet niet meer wat ik gezegd heb, maar ik herinner me wel dat ik na de eerste training niet meer kon lopen van de pijn. Niet normaal.

Dat was de grote les, nog afgezien van het worstelen. Nooit iemand onderschatten. Nooit. Weet je wanneer Mohammed Ali zijn wedstrijden verloor? Als hij dacht: die tegenstander heb ik toch wel, daar hoef ik niet voor te trainen.

Thomas en ik hebben een jaar lang elke dag, elk uur dat hij kon, getraind. Worstelen, worstelen, worstelen. Ik heb bijna elke keer mijn hoofd moeten vasthouden van de pijn. Hij vindt kastje-knijpen het leukste, dus pakken en knijpen. Dat heeft hij in het begin vaak

gedaan. Later werd het moeilijker. Hij was een goede leraar. En diezelfde oude man stond in mijn hoek bij de UFC en dankzij die oude man heb ik later veel pro-wrestling gedaan, onder andere tegen Akira Maedea in Japan. Dan sta je in een sporthal met tienduizenden toeschouwers en die weten allemaal wie je bent en wat je kunt. Nogmaals: nooit iemand onderschatten.

Bij ons in de dojo komt iedereen, van vechters met een grote naam tot jongens die nog een witte band moeten verdienen. Ik behandel iedereen hetzelfde. Voor mij zijn ze dat ook, zonder uitzondering. Er hebben hier veel namen getraind die ver gekomen zijn. Maar als niet komt tot iet, wil het weleens misgaan. Dan komen er andere mensen om jou heen hangen met complimenten en bewondering. Van mij krijg je dat niet. Ik ben een trainer die jou beter wil maken en dat gaat op mijn manier. Het gebeurt dus dat zo’n vechter naast zijn schoenen gaat lopen. Die denkt dat hij wat is en dat hij een speciale behandeling verdient. Dus binnen de kortste keren zit hij bij een andere sportschool. Dag, vriend! Jou kom ik nog wel een keertje tegen, op je weg naar beneden. Nooit denken dat je er bent, dat je bijzonder of speciaal bent. Wanneer je niet meer weet wat nederigheid is, sta je nog voor de wedstrijd begint met punten achter. En ik weet hoe dat afloopt.

10 Geef je kennis door

In principe geef ik geen privéles, al bieden ze een miljoen. Ik heb er geen zin in. In de groep leer je het meeste. Van elkaar, met elkaar en soms ondanks elkaar. Bij de training voor kinderen moet ieder kind voor de groep komen staan,

iets voordoen en dan doen ze dat allemaal na. Ook als je bang bent en je bent de kruk van de klas Je doet het. Het moet. Zo krijgen ze zelfvertrouwen. En ze ontdekken dat ze les kunnen geven. Op die manier heb ik het ook geleerd.

Ik was een jongen van vijftien, zestien jaar toen ik het karate ontdekte. Binnen de kortste keren zat ik bij dojo Kokoro van Harry Couzijn. Daar gaf ik ook les. Stond ik daar in de kleedkamer aan de wittebanders wat uit te leggen, nog voordat ik mijn diploma’s had. Je geeft je kennis door. Zo hoort dat.

In Nederland hebben we geen lange traditie van kyokushinkai karateleraren. Daar is de vechtsport hier te jong voor. Mijn generatie ging vooral wedstrijden doen. Dat lukte heel goed, we hebben met Kokoro in de jaren ‘ 70 en ’80 aan de wereldtop van het kyokushin karate gestaan. Met wat wij in die periode aan bekers hebben gewonnen, als team en individueel, daar kun je een loods mee vullen.

Die periode heeft karate in Nederland zichtbaar gemaakt. Bijna elke zwartebander van Kokoro zette een eigen sportschool op. Mijn broers Nico en Allie en ik zijn toen met Kamakura begonnen. Ons reglement is vrijwel ongewijzigd het reglement van Kokoro. Je moet zuinig zijn op wat je van de vorige generatie krijgt. Dat hoort óók.

Internationaal zie je dat het kyokushin karate hier en daar het risico loopt om op een gezelligheidsvereniging te lijken. Dan weer is er hier een zomerkamp, dan weer is er een seminar, dan houden ze elders de zoveelste strandtraining, het zijn veel te veel evenementen. Dat moet niet. Als International Budokai (IBK) willen we eigenlijk de hoeveelheid kampen, trainingen en strandtrainingen samenvoegen. Dan heb je niet meer

tien mensen hier en tien mensen daar en ergens anders ook nog eens tien mensen, maar dan heb je ze alle dertig bij elkaar op één plek. Dat is goed voor de sociale contacten. Je kunt zo ook de kwaliteit van de docenten beter in de hand houden. Je moet wel het gevoel hebben dat je er wat leert, anders ga je het jaar erna niet meer terug. We willen de kwaliteit van het kyokushin bewaren.

Ik moedig mensen aan om les te geven. Maar: wel op een verantwoorde manier. Weet wat je doet en met wie je dat doet. Lesgeven in karate is geen simpele hobby die je er even bij doet, dat kan ik met bijna een halve eeuw ervaring wel zeggen. Of je nu voor een klas met kinderen staat of voor een groep met senioren, als je je kennis wilt doorgeven moet je dat goed en deskundig doen. Uit respect voor de sport.

Honbu Kamakura – een verhaal apart

Wie bij Honbu Kamakura binnen komt, denkt dat deze dojo er altijd is geweest. Het oude Haagse gebouw, vol geluiden van vechtsporters in training. De dojo bestaat al jaren. Maar ooit was er het begin toen de drie broers Allie, Gerard en Nico Gordeau Kamakura oprichtten.

De geschiedenis van Kamakura begint in in de jaren 1970. De familie Gordeau was verhuisd van Den Haag naar het veel kleinere Zoetermeer. Daar ontdekten de zes kinderen – drie jongens, drie meisjes – Kokoro, de beroemde sportschool van Harry Couzijn (1917-2000). Elk van de kinderen bleek getalenteerd te zijn. De leerlingen waren gereed toen de leraar verscheen.

Harry Couzijn ontdekte kyokushin karate toen hij 46 jaar oud was, na een militaire loopbaan in het Koninklijk Nederlands-Indische Leger (KNIL). In hoog tempo ontwikkelde hij zich tot

leraar, zowel wat de technische kant als de budo van de sport betrof. Zijn team, onder meer bestaande uit de Gordeau broers, vocht hard en gedisciplineerd. Het dream team won verschillende nationale en internationale titels. Na dertig jaren droeg Couzijn zijn zevende dan met trots.Toen het moment kwam dat de Gordeau broers besloten een eigen dojo op te richten, was het kyoshi (grootmeester) Couzijn die besloot dat de naam daarvan Kamakura zou zijn, verwijzend naar een samoerai uit dezelfde tijd als de heerser Kokoro.

Twee jaar nadien opende Kamakura de deuren van het oude gebouw aan de Gheijnstraat in Den Haag. Veel vechtsporters uit verschillende disciplines trainen er of hebben er getraind, elk op een eigen niveau en met een ander doel.

Terwijl het hart van Kamakura voor het kyokushin karate klopt, is het ook mogelijk om andere vechtsporttrainingen te volgen zoals kickboksen, boksen en brazilian jiu jitsu. Elke training staat in het teken van de kyokushin mentaliteit: discipline, toewijding en respect. Kamakura wordt gezien als ‘old school’, omdat martial arts er beschouwd worden als een manier van zijn, van leven zelf. De oude tradities krijgen hier een nieuw leven. Voor degenen die menen klaar te zijn voor een streng trainingsprogramma van zes weken, bestaat de mogelijkheid om intern Uschi-desi te worden.

Honbu betekent hoofdkwartier. Gedurende de laatste decennia zijn er nieuwe dojo’s in en buiten Europa opgericht die de naam Kamakura mogen dragen. Van Curaçao tot Katwijk,

van Hongarije tot Letland, en in andere landen waar het onderwijs in martial arts veelgevraagd is, staat een dojo met de naam Kamakura. Elk ervan is onafhankelijk en uniek op een eigen manier, maar allemaal hebben ze aan Honbu Kamakura toestemming moeten vragen voor het gebruik van de naam. Tussen deze dojo’s bestaat een levendig netwerk van internationale uitwisseling van kennis, al dan niet in de vorm van seminars. Veel dojo’s ontmoeten elkaar tijdens het jaarlijkse Open European Championship Kyokushin Karate (OECKK) in Den Haag.

Vandaag de dag heeft Honbu Kamakura een bepalende rol in IBK (International Budokai), de kyokushin karate bond. Het belangrijkste doel van deze organisatie is diep geworteld in de oude samoerai waarden van budo. Respect. Eenheid.

Oproep: films en foto’s

De carrière van Gerard Gordeau omvat zowat een wereld aan vechtsport. Het is indrukwekkend te bedenken hoeveel mensen hem in actie hebben gezien. Er moet veel beeldmateriaal zijn. Alleen: waar is dat?

Grote kans dat u nog ergens een oude filmspoel heeft liggen. We hebben het over het tijdperk voordat alles digitaal werd. Toen waren er nog fotorolletjes. Enveloppen met afdrukken waarvan u vaag nog weet wie en wanneer en wat. Veel is terecht gekomen in schoenendozen en leegstaande kastlades. Of de spullen zijn inmiddels naar de zolder verhuisd. Natuurlijk heeft u weleens gedacht, wat u ermee moest beginnen. Weggooien gaat u te ver. Wat blijft er over?

Daar gaat deze oproep over. Honbu Kamakura is op zoek naar oud materiaal. Het doel is een mooi en groot vechtsportarchief op te bouwen. Zoveel mogelijk zal digitaal online worden gezet. U deelt, wij ook.

Hiermee dient u ook het belang van de vechtsport. Waar blijft onze geschiedenis, als we die niet zelf vasthouden en bewaren? Van de simpelste voetballer weet iedereen alles. Dat komt door een goede documentatie. Dat moeten wij ook hebben. Een nationaal vechtsportmuseum zou mooi zijn, maar of Nederland daar ooit klaar voor zal zijn, is zeer de vraag. Daar gaan we dus niet op wachten. Afwachten brengt geen enkel doel dichterbij. We beginnen. Vandaag nog. Samen.

Kortom, heeft u beeldmateriaal waar Gerard Gordeau misschien, waarschijnlijk of met zekerheid op staat? Laat het ons weten en mail naar: Honbu Kamakura (info@kamakura.demon.nl)

Tien gouden regels

1 Eerbiedig de dojo
2 Zet je in
3 Respecteer de hiërarchie 4 Wees trouw
5 Waardeer de overwinnaar 6 Leer gehoorzamen
7 Eergevoel
8 Ontwikkel je karakter
9 Blijf nederig
10 Geef je kennis door

Colofon

Ultimate budo. Tien gouden regels. © Gerard Gordeau, 2016. Versie 1.0. Zoals verteld aan en opgeschreven door Vilan van de Loo. Overname en of reproductie in welke vorm dan ook is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming van Gerard Gordeau.

Beeld: collectie Kamakura. Uitgezonderd: Duncan Smit: portret Gerard Gordeau in Eerst dit; Andrea Stoppa voor foto met Gerard Gordeau in 3 Respecteer de hiërarchie; Hitoshi Nakayama: Japanse karakters voor het woord ‘eer’ in 7 Eergevoel; Vilan van de Loo: afsluitende foto in Eerst dit, lesfoto in 1 Eerbiedig de dojo; foto van de gang in Honbu Kamakura – een verhaal apart. Dojo Osaka: foto met Cem Senol in 10 Geef je kennis door.

Mrt
15

Debuut Efraim Eland op Senshi-Cup 2016

Senshicup 2016. Efrain zijn eerste partij, op dit tournooi werd hij 2e. Een uitstekend resultaat voor de eerste keer!! Kyokushin-Delft is trots op dit debuut!!

 

Filmpje 1e partij

 

 

 

Mrt
08

Prestatieloop 20 van Alphen 2016

Zondag 6 Maart 2016 hebben 4 mensen van onze dojo meegedaan met de eerste Kyokushin Run. Het is de bedoeling dat dit een jaarlijk terugkerend evenement wordt, georganiseerd door Sensei Sam Muller uit Alphen aan den Rijn. We waren voor het eerst met 17 mensen, en liepen uiteraard in karate gi.

Ben jij er volgend jaar bij?

7578141_orig

7324916_orig

312475_orig

12800270_1577130769245735_8761143425882748716_n

2197180_orig

Oudere berichten «